Startpagina
Nieuws
Karakter van de opleiding
Algemene informatie
Kosten, plaatsen, tijden
Uitgebreide studie- en vakkeninformatie
    Afzonderlijke vakgebieden
    II. Toetsingsregeling
    III. Richtlijnen voor het maken van papers
    IV. Richtlijnen voor het maken van scripties
    V. Stageregeling
    VI. Docenten
Seminarie/Voorgangersopleiding
Rectoraat
Docenten en vakken
Studenten
Contact/Aanmelding/Coördinator
OVP Boekenkast
Radio&TV
Interessante links
Publicaties
Overig/Colofon

Download hier uw print versie ovp uitgebreide studie en vakkeninformatie [429 KB]

I. Informatie over de afzonderlijke vakgebieden
doelstellingen, inhoud, eisen, literatuur
(met uitzondering van de vakken van het seminarie)


1. BIJBELWETENSCHAPPEN
1a. Oude Testament
Docent
: dr. J.H. Sonderen

Doelstelling (algemeen)
De studenten verwerven initiële kennis van de ontstaansgeschiedenis en de eigen aard van het Oude Testament en krijgen inzicht in de complexiteit en het belang van (hernieuwd) lezen en interpreteren van oudtestamentische/vroegjoodse teksten. De studenten verwerven basisvaardigheden waarmee zij genoemde teksten kunnen benaderen.

Jaar 1 (oriëntatiejaar)
5 dagdelen, 4 studiepunten

Doelstelling (specifiek)
Inleiding verbonden met het lezen van teksten.

Toetsing
De student bestudeert de collegestof en de opgegeven literatuur en beantwoordt schriftelijk de door de docent verstrekte toetsingsvragen.

Literatuur
Verplichte literatuur:
C.J. Labuschagne, Zin en onzin rond de bijbel. Bijbelgeloof, bijbelwetenschap en bijbelgebruik, Zoetermeer, 2000. (zie ook www.labuschagne.nl)
M. van Leeuwen, Van horen zeggen. Geschiedenis en uitleg van de bijbel, 3e druk, Amsterdam, 2004 (capita selecta).
N. ter Linden, Het verhaal gaat…, meerdere delen en drukken, Amsterdam, 1996 e.v. (capita selecta).
A. van der Heide, Het Jodendom, Kampen, 2001 (capita selecta).
Aanbevolen literatuur:K. Armstrong, De Bijbel. De biografie, Amsterdam, 2007.H. Ausloos, Oud maar niet verouderd. Een inleiding tot de studie van het Oude Testament, Leuven, 2010.
H. Ausloos en B. Lemmelijn, De bijbel: een (g)oude(n) gids. Bijbelse antwoorden op menselijke vragen, Leuven, 2005.
W. Barnard, Stille omgang, Notities bij de lezing van de Schriften volgens een vroeg-middeleeuwse traditie, Zoetermeer, 2005.
M.A. Beek, Wegen en voetsporen van het Oude Testament, vanaf 6e druk, Baarn, 1969.
L. de Blois en R.J. van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, 6e, geheel herziene druk, Bussum, 2001.
K. Brillenburg Wurth en A. Rigney (red.), Het leven van teksten. Een inleiding tot de literatuurwetenschap, 3e druk, Amsterdam, 2009.
W. Brueggemann, Theology of the Old Testament. Testimony, Dispute, Advocacy, Minneapolis, 1997.
W. Brueggemann, Reverberations of Faith. A Theological Handbook of Old Testament Themes, London, 2002.
K.A. Deurloo, Exodus en Exil. Kleine Bijbelse Theologie, deel 1, Kampen, 2003.
K.A. Deurloo e.a., Koning en Tempel. Kleine Bijbelse Theologie, deel 2, Kampen, 2004.
K.A. Deurloo, Onze lieve vrouwe baart een zoon. Kleine bijbelse theologie, deel 3, Kampen, 2006.
K.A. Deurloo, Schepping: Van Paulus tot Genesis. Kleine bijbelse theologie, deel 4, Kampen, 2008.
J. Fokkelman, Vertelkunst in de bijbel, Zoetermeer, 1995 (ook latere druk).
J. Fokkelman, Dichtkunst in de bijbel, Zoetermeer, 2000.
J. Fokkelman en W. Weren (red.), De bijbel literair. Opbouw en gedachtegang van de bijbelse geschriften en hun onderlinge relaties, Zoetermeer, 2003.
C.J. den Heyer en P. Schelling, Symbolen in de bijbel. Woorden en hun betekenis, Zoetermeer, 2000 (ook latere druk).
C. Houtman, De Schrift wordt geschreven. Op zoek naar een christelijke hermeneutiek van het Oude Testament, Zoetermeer, 2006.
P.W. van der Horst, Het vroege jodendom van A tot Z. Een kleine encyclopedie over de eerste duizend jaar, Zoetermeer, 2006.
H. Jagersma, Geschiedenis van Israël, 2 delen, Kampen, 1997-1985 (ook latere druk).
H. Jagersma, De bijbel lezen. Hoe kun je dat?, Kampen, 1997.
H. Jagersma, De onbekende rijkdom van de bijbel, Vught, 2007.
H. Jagersma en M. Vervenne (red.), Inleiding in het Oude Testament, 3e druk, Kampen, 2006.
J.L. Kugel, How to read the Bible: A guide to Scripture, then and now, Free Press, 2008.
N. de Lange, Judaism, Oxford, 2008.
C.A. ter Linden, Wandelen over het water. Bijbelse beelden en hun geheim, Zoetermeer, 2004.
C.A. ter Linden, Desgevraagd. De kracht van bijbelse beelden. Reacties op Wandelen over het water, Zoetermeer, 2010.
F. Maas, J. Maas en K. Spronk (red.), De bijbel spiritueel. Bronnen van geestelijk leven in de bijbelse geschriften, Zoetermeer, 2004.
E.P. Sanders, Jesus and Judaism, Philadelphia, 1985.
P. Schelling, Werkwoorden in de bijbel. Hun betekenis in godsdienst en cultuur, Zoetermeer, 2006.
N.A. Schuman, Drama van crisis en hoop. De psalmen: gedicht, gebundeld en gebeden, Zoetermeer, 2008.
N. Schuman, Pastorale. Psalm 23 in bijbel en liturgie verwoord en uitgebeeld, Zoetermeer, 2002.
J. Smit en H.P.J. Stroeken, Lotgevallen. De bijbel in psychoanalytisch perspectief, Amsterdam/Meppel, 1993.
H. Snoek, Een huis om in te wonen. Uitleg en interpretatie van de bijbel, Kampen, 2010.
W. Stoker, B. Vedder en H.M. Vroom (red.), De Schriften verstaan. Wijsgerig-hermeneutische en theologisch-hermeneutische teksten, Zoetermeer, 1995.
E. Talstra, Oude en nieuwe lezers. Een inleiding in de methoden van uitleg van het Oude Testament, Kampen, 2002.
K. van der Toorn, Van haar wieg tot haar graf. De rol van de godsdienst in het leven van de Israëlitische en de Babylonische vrouw, Baarn, 1987.
K. van der Toorn, Scribal culture and the making of the Hebrew Bible, Harvard University Press, 2007. Ned. vertaling: Wie schreef de Bijbel? De ontstaansgeschiedenis van het Oude Testament, Kampen, 2009.
A. Uleyn, Psychoanalytisch lezen in de bijbel, Hilversum, 1985 (reprint te bestellen via www.ksgv.nl ).
R. de Vaux, Hoe het oude Israël leefde. De instellingen van het Oude Testament, 2 delen, Roermond/Maaseik, 1961-1962.
Enkele bijbelvertalingen die aan het OVP worden gebruikt zijn:StatenvertalingWillibrordvertaling (1995)Nieuwe Bijbelvertaling Naardense Bijbel (vertaling door Pieter Oussoren), 2004M. Buber, F. Rosenzweig, Die Schrift, 1954 (vertaling van de Hebreeuwse Bijbel in het Duits) Tanach (combinatie van de Hebreeuwse grondtekst en de NBV vertaling)
Er zijn verschillende handige studie-edities in omloop, zoals de Paralleleditie, waarin Statenvertaling en Nieuwe Bijbelvertaling naast elkaar zijn opgenomen en/of de Studiebijbel Nieuwe Bijbelvertaling (verschenen in oktober 2008).

Over relevante bijbelcommentaren wordt in de colleges nadere informatie verstrekt. Hier zij vermeld het Internationaal Commentaar op de Bijbel (2001) en Erich Zenger (red.), Stuttgarter Altes Testament. Einheitsübersetzung mit Kommentar und Lexicon (2005). Op cultuurhistorisch gebied is vermeldenswaard Louis Goosen, Van Abraham tot Zacheus. Thema’s uit het Oude en Nieuwe Testament in religie, beeldende kunst, literatuur, muziek en theater (2009). En uitsluitend voor muziek is er De bijbel in klank van G.J.M. Bartelink (2001). Veelbelovend, maar nog in opbouw is de website www.bijbelencultuur.nl.

Jaar 2
5 dagdelen, 4 studiepunten

Doelstelling (specifiek)
Verkenning en oefening van leeswijzen/methoden en oefening in kritisch lezen van bestaande interpretaties.

Toetsing
De student bestudeert de collegestof en de opgegeven literatuur en beantwoordt schriftelijk de door de docent verstrekte toetsingsvragen.

Literatuur
Verplichte literatuur:M. den Dulk, Vijf kansen. Een theologie die begint bij Mozes, Zoetermeer, 1998.H. Jongerius, Een uitgestoken hand. In psalmen naar Mozes luisteren, Hilversum, 1990.C.J. Labuschagne, Zin en onzin over God. Een kritische beschouwing van gangbare godsvoorstellingen, 2e druk, Zoetermeer, 1995. (zie ook www.labuschagne.nl)N. ter Linden, Het verhaal gaat…, deel 5, Amsterdam, 2002, pp. 11-94 (De Psalmen).
Nader op te geven literatuur.Aanbevolen literatuur:
Zie onder Jaar 1 (oriëntatiejaar).

1b. Nieuwe Testament
Docent
: Dhr. A.M.J. Wubs

Jaar 1 (oriëntatiejaar)
5 dagdelen, 4 studiepunten

Doelstelling
De studenten verwerven initiële kennis van en inzicht in:de ontstaansgeschiedenis van het Nieuwe Testament; de eigen aard van de onderscheiden nieuwtestamentische geschriften; basisvaardigheden waarmee nieuwtestamentische/vroegchristelijke teksten kunnen worden benaderd;
de complexiteit en het belang van (hernieuwd) lezen en interpreteren van de nieuwtestamentische teksten.

Inhoud
Belangrijke aandachtspunten die aan de orde komen, zijn de wordingsgeschiedenis van het Nieuwe Testament zoals dat voor ons ligt; het zogenoemde synoptisch probleem; genre en subgenres; het belang van de historische, culturele, sociale en religieuze context (Umwelt).
Daarnaast worden bijbelteksten gelezen, methoden van tekstanalyse geïntroduceerd, een synoptische vergelijking gemaakt, en wordt de studenten de gelegenheid geboden (kritisch) te reageren op secundaire literatuur.

Toetsing
De studenten kunnen kiezen tussen:Een mondeling tentamen over de stof die tijdens de colleges behandeld is en de verplichte literatuur, enHet schrijven van een paper (max. 10 pp.). Daartoe bestudeert de student de verplichte literatuur en schrijft daarvan een ‘leesverslag’ waarin ten minste vier verschillende onderwerpen uit de bestudeerde stof besproken worden. Het werkstuk wordt in een eindgesprek met de student besproken; de bestudeerde literatuur zal bij het eindgesprek betrokken worden.

Literatuur
Verplichte literatuur:- R. Zuurmond, Verleden tijd? speurtocht naar de 'historische Jezus', Baarn, 1994.
- C.J. den Heyer, Paulus, man van twee werelden, Zoetermeer, 1998, (Hfst. 5 t/m 14).

Aanbevolen literatuur:
- Burton Mack, Wie schreven het Nieuwe Testament werkelijk? Deventer, 1987.
- Jacob Slavenburg, Valsheid in geschrifte, De gespleten pen van bijbelschrijvers, Zutphen, 1995.
- E.P. Sanders, Jezus, mythe en werkelijkheid, Baarn, 1996.
- Rodney Stark, De eerste eeuwen. Een sociologische visie op het ontstaan van het christendom, Baarn, 1996.
- Charles Vergeer, Een nameloze, Jezus de Nazarener, Nijmegen, 1997.
- Gerd Theissen, De Jezusbeweging, Een sociologische bijdrage tot de ontstaansgeschiedenis van het vroege christendom, Baarn, 1998.
- James M. Robinson, Het Jezus-evangelie, op zoek naar de oorspronkelijke woorden van Jezus, Utrecht, 2008.

Jaar 3
5 dagdelen, 4 studiepunten

Doelstelling
De studenten verbreden en verdiepen hun inzicht in zowel de inhoud als in vraagstukken die de nieuwtestamentische teksten betreffen en zij vergroten
oor oefening exegetische vaardigheden.
Inhoud
Diverse nieuwtestamentische passages worden gelezen, waarbij – methodisch gezien – zowel historisch-kritische als literair-kritische stappen worden geoefend. Concreet betekent dit bijvoorbeeld de vaststelling van genre en structuur van de tekst; vergelijking van vertalingen; narratieve analyse en kritisch lezen van secundaire literatuur.
Toetsing
De studenten schrijven een exegetisch paper of een essay (max. 15 pag.).

Literatuur:
Verplichte literatuur:- C.J. den Heyer, Verzoening, bijbelse notities bij een omstreden thema, Kampen, 1997.

Aanbevolen literatuur:
Zie onder Jaar 1.

2. GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM
Doelstelling
De lessen beogen de studenten een zodanig inzicht in de geschiedenis van het christendom te geven, dat zij teksten en uitingen van het christelijk geloof in hun context kunnen verstaan. Daarbij gaat het om het christendom in zijn volle breedte, inclusief dissidente stromingen en personen, met speciale aandacht voor de vrijzinnigheid.
Het programma Geschiedenis van het christendom omvat vier onderdelen, verdeeld over de jaren 1 en 2.
2a. Het ontstaan en de groei van het vroege christendom in de eerste eeuwen.
Docent:
dr. P.Wansink

Jaar 1 (oriëntatiejaar)
3 dagdelen, 3 studiepunten

College 1:
De Vroege kerk in het Romeinse imperium
De eerste christenen leefden temidden van het pluriforme en multi-culturele Romeinse rijk. Temidden van een veelheid aan religieuze overtuigingen hebben de volgelingen van Jezus kans gezien een organisatie en een leefwijze op te bouwen. Daarbij valt op dat er zeker in de eerste eeuwen allerlei groeperingen bestonden. We bekijken die bonte verscheidenheid en onderzoeken de relatie tussen kerk en staat in de eerste eeuwen. Er blijken verrassende parallellen met onze postmoderne cultuur.

Literatuur:
Verplichte literatuur:
- Nico van den Akker en Peter Nissen, Wegen en dwarswegen. Tweeduizend jaar christendom in hoofdlijnen, Amsterdam, 1999, p.13-36.
Aanbevolen literatuur: Eginhard Meijering, Geschiedenis van het vroege Christendom. Van de jood Jezus van Nazareth tot de Romeinse keizer Constantijn, Amsterdam, 2004.

College 2:
Het ontstaan van vormen van geloofsleer in de vroegchristelijke theologie met bijzondere aandacht voor de gnosis
In de loop van de 2e en 3e eeuw ontstond steeds meer de behoefte het geloof te doordenken en te verantwoorden naar de omringende cultuur. Dat gebeurt op zeer verschillende manieren. We volgen het ontstaan van belijdenissen, maar ook het gedachtegoed van de gnosis. Tenslotte staan we stil bij de grote vroegkerkelijke theoloog Origenes. De dialoog met het jodendom en de omringende pagane cultuur krijgen enige aandacht.

Literatuur:
Verplichte literatuur:
- Nico van den Akker en Peter Nissen, Wegen en dwarswegen. Tweeduizend jaar christendom in hoofdlijnen, Amsterdam, 1999, p. 36-52.
Aanbevolen literatuur:
- R. van den Broek, De taal van de gnosis, Baarn, 1986.
- Riemer Roukema, Gnosis en geloof in het vroege christendom, Zoetermeer,1998.
- Eginhard Meijering, Irenaeus. Grondlegger van het christelijk denken. Amsterdam, 2001.

College 3:
De Constantijnse wending en de ontwikkeling naar een theologie van de late oudheid in het werk van Augustinus
In dit college vragen we eerst aandacht voor de immense betekenis voor de latere ontwikkeling van het christendom die bekering van keizer Constantijn heeft gehad. In feite is er pas na Constantijn sprake van ‘christendom’ verstaan als een vermenging van kerk, staat en de Europese cultuur. Voor de kerk was dit een ingrijpende verandering, waarbij de pluriformiteit steeds sterker onder druk kwam te staan. Bijzondere aandacht geven we tenslotte aan de persoon en het werk van Augustinus, die is te beschouwen als samenvatting van de theologische ontwikkelingen en tevens een overgang vormt naar de Middeleeuwen.

Literatuur:
Nico van den Akker en Peter Nissen, Wegen en dwarswegen. Tweeduizend jaar christendom in hoofdlijnen, Amsterdam, 1999, p. 52-74.
Aanbevolen: Het al eerder genoemde boek van Meijering.
Over Constantijn zal digitaal een artikel worden aangeleverd. (P.L. Wansink, Theologia crucis en sola scriptura in het christendom van keizer Constantijn en Lactantius, 2003)

Toetsing
Een thuistentamen, waarvoor de volgende richtlijnen gelden:Tijdens het laatste college worden de vragen met eventuele kopieën door de docent aangeleverd. De vragen mogen thuis worden beantwoord met behulp van de verplichte literatuur. Het zijn vragen die het inzicht van de student toetsen.Er is tevens essay opdracht bij waarin van de student gevraagd wordt over een bepaald onderwerp een iets uitgebreidere tekst te maken. Onderwerp en om vang van dit essay worden door de docent aangegeven, maar de student mag desgewenst in overleg met de docent kiezen voor een ander onderwerp.

2b. De geschiedenis van het christendom in de middeleeuwen en van de ideeën van de middeleeuwse wereld.
Docent:
drs. M. Roos

Jaar 1 (oriëntatiejaar)
2 dagdelen, 2 studiepunten

De kerkgeschiedenis wordt geplaatst in het kader van de algemene geschiedenis.

Literatuur:
Verplichte literatuur:
- 1. Nico van den Akker en Peter Nissen, Wegen en dwarswegen. Tweeduizend jaar christendom in hoofdlijnen, Amsterdam, 1999, deel II, p. 87 - 147 in hoofdlijnen.
- 2. de syllabus van de colleges en de reader gedetailleerder bestuderen
- 3. een onderwerp naar keuze uit de stof; literatuur in overleg.

Toetsing
Er zal een mondeling tentamen afgenomen worden.


2c. Christendom van de reformatie tot heden met bijzondere aandacht voor de moderne denkers uit de vrijzinnigheid.

Docenten:
Dr. P. Wansink en drs. A. van Lunteren
N.B.: Het onderstaande is in bewerking. Dit in verband met het aantrekken van dr. Paul Wansink en drs. Aart van Lunteren als nieuwe docenten voor dit vak. In de loop van het studiejaar zal deze tekst worden aangepast.

Jaar 2

Dr. P. Wansink

College 1:
De kerkhervorming in de 16 e eeuw
De 16e eeuw is een van de boeiendste perioden uit de geschiedenis. De twee-eenheid van de Middeleeuwse kerk en staat werd brokkelde langzaam af. Er was een enorme religieuze vernieuwingsdrang. In dit college geven we aandacht aan ‘drie reformaties’, die van Luther en de Duitse vorsten, de stadsreformatie van Calvijn en de radicale reformatie. Tot slot is er enige aandacht voor het specifieke karakter van de Hervorming in de Nederlanden.

Literatuur:
Verplichte literatuur:
- Nico van den Akker en Peter Nissen, Wegen en dwarswegen. Tweeduizend jaar christendom in hoofdlijnen, Amsterdam, 1999, p. 147- 191.
Aanbevolen literatuur:
- Herman J. Selderhuis (red.), Handboek Nederlandse Kerkgeschiedenis, Kampen, 2006, p. 219-277.

College 2:
De invloed van de Verlichting op de kerk en de reacties daarop in de periode van de romantiek en het Réveil.
Door de ontwikkeling van de wetenschap en de techniek in de 19e eeuw groeide het vertrouwen in de menselijke rede en tegelijk ook de twijfel aan de traditionele Bijbeluitleg en het kerkelijk gezag. In het Modernisme – later spreekt men van de Vrijzinnigheid - wordt getracht geloof en wetenschap met elkaar te verzoenen. Het groeiend rationalisme roept ook verzet op. In de periode van de Romantiek ontstaat een beweging als het Réveil die het christelijk geloof wil wegroepen uit burgerlijkheid en verstandelijkheid en de nadruk legt op persoonlijke geloofsbeleving en sociale bewogenheid.

Literatuur:
Verplichte literatuur:
- Nico van den Akker en Peter Nissen, Wegen en dwarswegen. Tweeduizend jaar christendom in hoofdlijnen, Amsterdam, 1999, p. 223-250.
Aanbevolen literatuur:
- Eric Cossee, Tegendraadse theologie: terugblik op vier eeuwen vrijzinnigheid in Nederland, in: Een beetje geloven. Actualiteit en achtergronden van het vrijzinnig christendom, Amsterdam, 1999.

Jaar 1 (oriëntatiejaar): .
Introductie in de vrijzinnigheid
drs A van Lunteren. 2 dagdelen , 2 studiepunten

College 1: Probeer qua 19e en 20e eeuw uit de opbouw van Wansink en Roos te blijven, dat hoort in jaar 2.

Jaar 2
Drs. A. van Lunteren. 2 dagdelen , 3 studiepunten

Ontwikkeling van de vrijzinnigheid in de19 en 20e eeuw met bijzondere aandacht voor de moderne denkers uit die stroming.

Toetsing
Een paper, waarvoor de volgende richtlijnen gelden:De student kiest een denker of een stroming die ‘vrijzinnig’ te noemen is, bijvoorbeeld de Gnosis, Katharen, Hus, Erasmus, Arminius, Spinoza, Multatuli, Opzoomer, Roessinh, Heering, Smits, Kuitert, Den Heyer, Drewermann, Slavenburg. Ook is het mogelijk te kiezen voor vrijzinnige ideeën bij een niet-vrijzinnige denker of binnen een niet-vrijzinnige kerk of stroming.De student gaat op zoek naar geschikte literatuur, tenminste vijf verschillende boeken of artikelen, en formuleert een onderzoeksvraag in het licht waarvan de literatuur bestudeerd wordt.

Literatuur
Verplichte literatuur:
W.B. Drees (red.), Een beetje geloven. Actualiteit en achtergronden van het vrijzinnig christendom, Amsterdam, 1999.Aanbevolen literatuur:Balans in beweging (de NPB 1870-1995), uitgave NPB Zwolle, 1995.M. Bosman, J. Goud, M. van Leeuwen e.a., Een weg van vrijheid. Reflecties bij de nieuwe Remonstrantse belijdenis, Zoetermeer, 2006.
E.H. Cossee e.a., De remonstranten, serie Wegwijs, Kampen, 2000.
E. Drewermann, Een ruimte om te leven: gesprekken, Zoetermeer, 1992.
A. Fokker en R.M. Nepveu, Onderweg met prof. dr. P. Smits, Zwolle, 1996.
G.J. Heering, De zondeval van het christendom, Utrecht, 1929 (en latere drukken).
B. Klein Wassink en Th. M. van Leeuwen (red.), Tussen geest en tijdgeest. Denken en doen van vrijzinnig protestanten in de afgelopen honderd jaar, Utrecht, 1989.
R. Klooster, Het vrijzinnig protestantisme in Nederland, serie Wegwijs, Kampen, 2006.
J. Lindeboom, Geschiedenis van het vrijzinnig protestantisme, 3 delen, Assen, 1933.
E.P. Meijering, Het Nederlands christendom in de twintigste eeuw, Amsterdam, 2007.
P. Smits, Veranderend wereldbeeld, mensbeeld, godsbeeld, Assen, 1981.
K.M. Witteveen, E.J. Verseput e.a., Vrijzinnig, hoe leg ik dat uit?, Utrecht, 1986.
Spirituele literatuur in de geschiedenis van het chr
Spirituele literatuur in de geschiednis van het christendom
Docent
: dr. P. Wansink

Jaar 1 (oriëntatiejaar)
1 dagdeel, 3 studiepunten

Toetsing
Tentamen, waarvoor de volgende eisen gelden:
Bestudering van F. Maas, Spiritualiteit als inzicht. Mystieke teksten en theologische reflecties, Zoetermeer, 1999.
Schrijven van een paper van minimaal 3 en maximaal 5 bladzijden over een van de personen die in het boek van Maas behandeld worden. Daartoe dient de informatie niet uit Maas te komen, maar langs andere wegen (bijvoorbeeld via de Openbare Bibliotheek) verkregen te worden. In de paper kan nader op het leven en denken van de gekozen persoon worden ingegaan of een analyse en persoonlijke reflectie van een zelf gelezen werk van die persoon gegeven worden. Over het onderwerp van de paper wordt vooraf met de docent overleg gepleegd. Het tentamen wordt mondeling afgenomen, waarbij de paper onderdeel van het gesprek zal zijn. Daarom dient de paper uiterlijk één week voor het tentamen in het bezit van de docent te zijn.

Literatuur
Verplichte literatuur:F. Maas, Spiritualiteit als inzicht. Mystieke teksten en theologische reflecties, Zoetermeer, 1999.

Aanbevolen literatuur:J. Baers e.a. (red.), Encyclopedie van de mystiek. Fundamenten, tradities, perspectieven, Kampen/Tielt, 2003.T. van den Berk, Mystagogie: inwijding in het symbolisch bewustzijn, Zoetermeer, 1999.H.H. Blommestijn en F.A. Maas, Kruispunten in de mystieke traditie. Tekst en context van Meester Eckhart, Jan van Ruusbroec, Teresa van Avila en Johannes van het Kruis, ’s Gravenhage, 1990.H.H. Blommestijn (red.), Tot op de bodem van het niets: Mystiek in tijd van oorlog en crisis (1920-1970), Kampen, 1991.K. Bouwman en K. Bras (red.), Werken met spiritualiteit, Kampen, 2002.Meister Eckhart. Het boek van de goddelijke troost, vertaald door Bruno Nagel e.a., 3e druk, Kampen, 1997.Dag Hammerskjöld, Merkstenen, 4e druk, Kampen, 2002.Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum (1941-1943), ingeleid door J.G. Gaarlandt, 6e druk, Haarlem, 1981.P. Mommaers, De brieven van Hadewijch, Kampen, 1990.H.W.J. Vekeman, Hoezeer heeft God mij bemind: Beatrijs van Nazareth 1200-1268. Vertaling van de Latijnse vita met inleiding en commentaar, Kampen, 1993.


3. GODSDIENSTWETENSCHAPPEN

3a. Mensen en hun godsdiensten
(godsdienstfenomenologie, godsdienstsociologie, godsdienstpsychologie)

Docent
: dr. L. Minnema

Doelstelling (algemeen)
Studenten zijn na afloop in staat structurele verbanden aan te geven tussen bepaalde algemeen-menselijke thema’s en manieren waarop uiteenlopende religies daarmee omgaan.

Jaar 1 (oriëntatiejaar)
3 dagdelen, 3 studiepunten

Doelstelling (specifiek)
Studenten zijn in staat tot zelfstandige verwerking van de tijdens de lessen behandelde en thuis bestudeerde stof in de vorm van een schriftelijke opdracht.

Inhoud
Eerste dagdeel
Thema: Offers en zelfopoffering.
Vraagstelling: Hoe en waartoe offeren religieuze mensen?

Tweede dagdeel
Thema: Overgangsrituelen.
Vraagstelling: Wanneer en waarom doen mensen aan ritueel?

Derde dagdeel
Thema: Religieus pluralisme en globalisering.
Vraagstelling: Wat is de uitwerking van de globalisering op religies wereldwijd?

Toetsing
Beschrijf in eigen woorden in een paper van 4 pagina's op basis van zelfstandige literatuurstudie welke voorstellingen van het kwaad (cross-cultureel en cross-historisch) sterk op elkaar lijken, terwijl ze toch in verschillende culturen en cultuurperioden zijn ontwikkeld. Probeer daarbij groepen (typen) van voorstellingen te onderscheiden, zoals 'de groep' of 'het type' van de "verpersoonlijking van het kwaad" waaronder 'duivel', 'satan', etc. ressorteren.

Het basisboek voor deze opdracht is Cors van der Burg, Lourens Minnema (red.), In de ban van het kwaad: Het kwaad in religieuze verhalen wereldwijd, Zoetermeer, 2004. Het boek is tijdens het eerste college bij de docent verkrijgbaar à € 20,-. Ook andere boeken mogen erbij betrokken worden mits voortdurend duidelijk in een voetnoot wordt aangegeven om welke pagina's uit welke boeken het gaat.
Als alternatieve toetsopdracht kan een samenvatting en analyse van de argumentatie (per hoofdstuk in eigen woorden) gemaakt worden van:
Frédéric Lenoir, Een geschiedenis van onze goden. Kampen/Leuven, 2010.

Jaar 2
3 dagdelen, 3 studiepunten

Doelstelling (specifiek)
Studenten zijn in staat om thematisch geordende vergelijkend-godsdienstwetenschappelijke stof in eigen woorden weer te geven.

Inhoud
Eerste dagdeel
Thema: Heilige oorlogen.
Vraagstelling: Hoe verhouden religies zich tot macht en geweld?

Tweede dagdeel
Thema: Het menselijk drama.
Vraagstelling: Hoe dachten de Grieken (tragedies) en hindoeïstische Indiërs (Bhagavadgita) over de ‘tragische vrijheid’ van het menselijk handelen?

Derde dagdeel
Thema: Mystieke ervaring.
Vraagstelling: Zijn alle mystieke ervaringen uiteindelijk één?

Toetsing
Schriftelijk tentamen (60 zelfstudie-uren), waarvoor de volgende eisen gelden:De tijdens de lessen behandelde stof,J. Sperna Weiland, Antwoord: Gestalten van geloof in de wereld van nu, Amsterdam 1975, of de recentere editie zonder illustraties: hoofdstuk 3 ‘Vergelijkend overzicht van de godsdiensten’ (verplicht); hoofdstuk 2 ‘De geschiedenis van de godsdiensten’ (aanbevolen).

3b. Islamitische spirituele teksten
Docent:
mevr. S.M. Abdus Sattar

Jaar 2
2 dagdelen, 2 studiepunten

Doelstelling:
Kennismaking met de spirituele literatuur van de islam, en daardoor het ontdekken van herkenningspunten en verschillen.

Inhoud:
De aangeleverde reader bevat citaten uit de Koran, de Hadith en uit andere religieuze en mystieke teksten van de islam.

Toetsing:
door middel van een paper van zes tot acht pagina's, zoals nader omschreven in de reader.

Literatuur:
Verplichte literatuur: n.v.t.

Aanbevolen literatuur:
enkele boeken worden aanbevolen in de reader:.
- een vertaling van de Koran (van Leemhuis, nieuwe Kramers, of Arberry)
- bloemlezing uit de Hadith (b.v. Tuinen der oprechten)
- algemene inleiding tot de islam (b.v. van Abdus Sattar, Schimmel, Waardenburg)

4. FILOSOFIE/GODSDIENSTFILOSOFIEDocent: dr. J.J. van Es

Doelstelling
Het doel van de colleges is de relevantie van de hedendaagse filosofische discussies voor de theologie en het pastorale werk te ervaren.

Jaar 1 (oriëntatiejaar)
3 dagdelen, 4 studiepunten

In dit jaar wordt ingegaan op de hermeneutiek: de vraag naar de betekenis, in het bijzonder van godsdienstige taal, liturgische tekst, geestelijk lied, belijdenisgeschrift, dogma, gebed, etc.
Op welke wijze kan zulk taalgebruik worden verstaan? Aandacht krijgt in ieder geval de hermeneutiek van Gadamer en het werk van Ricoeur.

Toetsing
In overleg wordt een boek of een aantal artikelen over hermeneutiek ter bestudering gekozen. Tijdens de colleges zullen hiervoor suggesties worden gedaan. Deze stof wordt besproken in een tentamengesprek tussen student en docent.

Jaar 2
3 dagdelen, 4 studiepunten

In dit jaar wordt ingegaan op het denken dat wel met ‘postmodernisme’ wordt aangeduid. Wij denken in vele opzichten anders dan een generatie geleden. Hoe zijn die veranderingen tot stand gekomen en wat voor consequenties hebben die voor de manier waarop geloof wordt geleefd en besproken?

Toetsing
Het schrijven van een uitvoerige bespreking van een van de onderstaande boeken voor een denkbeeldig vakblad van pastorale werkers. In die recensie moet een bondige en heldere samenvatting worden gegeven van de inhoud van het gekozen boek, gevolgd door een kritische bespreking van de relevantie van het boek voor een of meer thema’s uit de pastorale praktijk. Bij de beoordeling stelt de docent zich op als een beroepsgenoot met zoveel kennis van de filosofie als binnen de opleiding voor vrijzinnig pastoraat verkregen wordt. Voor de student moet dan duidelijk zijn waar het boek over gaat en wat hij er al of niet aan kan hebben voor zijn werk en waarom.
De boeken zijn dunner naar mate ze moeilijker te lezen zijn. Geen van de drie is gemakkelijk. Er staat dan ook ongeveer 80 uur studietijd voor. Die zal in de meeste gevallen ook nodig zijn.

C.H. Lindijer, Postmodern bestaan; menszijn en geloven in een na-moderne cultuur, Zoetermeer, 1998.P. de Martelaere (ed.), Het dubieuze denken; geschiedenis en vormen van wijsgerig scepticisme, Kampen, 1996.G. Vattimo, Ik geloof dat ik geloof, Amsterdam, 1998.
Eventueel kan een ander bij de opleiding passend boek worden gekozen in overleg met de docent.

Literatuur
Aanbevolen:
De hierboven genoemde literatuur. Andere relevante boeken zullen tijdens de colleges genoemd worden.

5. ETHIEK Jaar 3
4 dagdelen, 4 studiepunten
Docent: drs. K. van Roermund

Doelstelling
Doelstelling van de lessen ethiek binnen de opleiding is dat de studenten na afloop zelfstandig kunnen denken over ethische kwesties uit de samenleving . Zij kunnen de aangeboden theorie op een verantwoorde wijze toepassen op de casussen, zodat hierdoor de morele vragen uit de praktijk op een gestructureerde manier behandeld kunnen worden.
De lessen kunnen gezien worden als inleiding op het gebied van ethiek. Het geeft de student handvatten mee om straks in het werk als pastoraal werker of geestelijk verzorger een zinvolle bijdrage in het gesprek over ethische vragen te kunnen geven.

Inhoud van de lessen

LES 1
Kennismaking, Inleiding ethiek, soorten ethiek, waarden en normen.
Het ethisch stappenplan: verschillende modellen (o.a. het Utrechtse model, het Nijmeegse model)
Uitdelen van de reader en de eindopdracht.
We werken na de theoretische inleiding verder aan de hand van casussen.
Na deze les kan de planning van Ethiek worden bijgesteld. Persoonlijke inbreng van studenten is welkom.
De reader bevat de volgende drie artikelen:
1. Verkerk, M.A.: Mijnheer, heb ik met u een zorgrelatie? - Over ethiek, over zorg en over een ethiek van de zorg - Utrecht, 1996.
2. Manschot, H & Dartel, H. van: In gesprek over goede zorg. Overlegmethoden voor ethiek in de praktijk.
Amsterdam, z.j.
3. Nistelrooy, I. van: Brand in mijn gebeente. Een nieuw denken over zorg.
Uit: Mededelingen van de Levinas-studiekring. Jrg. 9; december 2009.
Pag. 3 – 24.

Les 2
Thema: Zorgethiek. De drie artikelen uit de reader zijn vooraf bestudeerd.
Gesprek over zorgethiek: wat wordt er precies onder verstaan? Ontwikkelingen binnen zorgethiek.
Relatie voorganger/geestelijk verzorger en pastorant/zorgvrager.
Bespreking van de casussen: bejegening, autonomie, afhankelijkheid.
Zorgethiek en presentiepastoraat.Ethiek van de voorganger, pastoraal werker / geestelijk verzorger rondom concrete vragen

Les 3 en 4
Deze lessen worden op één dag gegeven.
Bespreking van steeds terugkerende thema’s vragen binnen de gezondheidszorg, o.a. euthanasie, hulp bij zelfdoding, behandelen of stoppen met behandelen en reanimatiebeleid.
Begeleiding hierbij door de geestelijk verzorger en/of pastoraal werker, voorganger.
’s Middags volgt een presentatie door de studenten van een eigen casus

Toetsing
De toetsing bestaat uit het schrijven van een paper
In de paper (omvang: vijf tot zeven pagina’s A-4) beschrijf je allereerst de probleemstelling: wat zie je in je omgeving wat je zorgen baart of wat bij jou vragen oproept?
Vanuit deze beschrijving wordt de ethische vraag geformuleerd. Uit een casus kunnen je meerdere ethische vragen geformuleerd worden, maar de keuze dient tot één beperk te worden die volgens de student van belang is.
Daarna wordt de casus met behulp van de geraadpleegde theorie uitgewerkt.
Zie ook de aanbevolen literatuur, hieronder.
De student toont aan dat deze theorie zinvol gebruikt kan worden bij de casusuitwerking en bij het beantwoorden van de ethische vraag.
In het volgend hoofdstuk wordt de eindconclusie geschreven. Daarin wordt aangetoond dat de theorie aansluit bij de praktijk.
De student laat duidelijk zien waar hij zelf staat in deze casus. En met welke redenen. Is hij het eens met de theorie, of waar juist niet? Welke redenen liggen daaraan ten grondslag?
Er dient een literatuurlijst vermeld te worden.
De paper eindigt met een korte evaluatie van de lessen Ethiek. Wat is geleerd, wat was zinvol, wat ontbrak?
Iedere student levert de paper individueel in. De presentatie op de middag van de laatste les januari kan in groepjes van twee of drie studenten plaatsvinden.

Beschrijving van een casus
- De hoofdpersonen en de omstandigheden worden (geanonimiseerd) genoemd en - als het ertoe doet - ook het tijdstip en de plaats.

- De beschrijving bevat slechts feiten, geen meningen, normen, interpretaties of verwijzingen naar latere ontwikkelingen.

- Zij bevat geen informatie, die irrelevant is voor het morele probleem.

- De beschrijving dient simpel en duidelijk te zijn, er dient afgezien te worden van beroepstaal, van vakjargon.

- Uit de beschrijving dient niet te blijken welke gedragslijn er mogelijk gevolgd kan worden.

- De casus eindigt met de vraag om welke kwestie het precies gaat.

Aanbevolen literatuur voor het schrijven van de paper
- A. Baart, Aandacht. Etudes in presentie, Utrecht, 2005.
- H. Buijssen en R. Bruntink, Oog voor zorgenden in de palliatieve zorg, Nijmegen, 2003.
- B.E. Chabot, Sterven op drift. Over doodsverlangen en onmacht,
Nijmegen, 1996.
- A. van Heijst, Menslievende zorg. Een ethische kijk op professionaliteit, Zoetermeer, 2006.
- C. Leget, Ruimte om te sterven. Een weg voor zieken, naasten en zorgverleners, Arnhem, 2003.
- M. Nussbaum, Oplevingen van het denken. Over de menselijke emoties, Amsterdam, 2004.
- M. Nussbaum, Wat liefde weet. Emoties en moreel oordelen,
Amsterdam, 1998.
- G. Widdershoven, Ethiek in de kliniek. Hedendaagse benaderingen in de gezondheidsethiek, Amsterdam, 2000.
Daarnaast kan voor het schrijven van de paper gebruik gemaakt worden van de vele (en vaak goede) literatuur die door ethici geschreven is. Bij twijfel graag neme men contact op met de docent.

6. RELIGIEUS HUMANISME
Docent:
mevr. drs. L. Scherpenzeel

Doelstelling
Inzicht verwerven in het Religieus Humanisme als vrijzinnige levensbeschouwelijke stroming. En wel vanuit verschillende perspectieven: hedendaags, historisch, cultureel, filosofisch, ethisch, religieus. Religieus Humanisme is een levensvisie die inspiratie wil bieden bij levensvragen als: ‘Wie ben ik, wat is goed, hoe richt ik mijn leven in, wat beteken ik voor anderen?’ Vanuit de overtuiging dat mensen – in verbondenheid - in staat zijn zin en betekenis te zoeken, te vinden en te ervaren in hun bestaan en de werkelijkheid die alles omvat en doordringt. In verwondering over het geheim en de dieptedimensie van het bestaan. Een proces van levensbeaming (Otto Duintjer).
De vraag hoe jezelf te verhouden tot de religieus humanistische visie op leven en sterven komt in het tweede jaar expliciet in twee interactieve colleges aan de orde.

Jaar 1 (oriëntatiejaar)
2 dagdelen, 2 studiepunten

Inleidend college over het Religieus Humanisme.
- Bronnen: Klassieke Grieks/ Romeinse Oudheid, Renaissance, Verlichting.
- Waardeclusters: vrijheid, verbondenheid, levenskunst, verbeeldingskracht.
- De verhouding Humanisme, religie en spiritualiteit.

Toetsing
Verslag van 2 pagina’s A4, waarin een beschrijving van het Religieus Humanisme met verwijzing naar literatuur en een reflectie op twee uitgekozen onderdelen.

Jaar 2
2 dagdelen, 2 studiepunten

1e deel: Een interactief college over stervensbegeleiding vanuit een humanistische visie op sterven.Betekenis van het sterven Wat is stervensbegeleiding?Gebruiken en rituelen Ethische beslissingen rond het levenseinde

Toetsing
Reflectieverslag (2 A4) over het college met verwijzing naar literatuur en eigen ervaringen.
2e deel: Een tweede interactief college over levenskunst. Geschiedenis van de levenskunst van Socrates, Plato tot en met Nussbaum en Schmid. Wortels van levenskunst in de klassieke filosofie, gericht op gemoedsrust, innerlijke vrijheid, verbondenheid en geluk. Actieve en contemplatieve stijlen. Grote vragen rond grote thema’s zoals innerlijke orde, geestelijke onafhankelijkheid, aandacht, lustbeleving, geluk en genot, emoties en zelfbeheersing, maar ook pijn, lijden en eenzaamheid. Mede door Foucault weer op de filosofische agenda gezet uit teleurstelling over onverschilligheid en gebrek aan levenskunst van de moderne mens.

Toetsing in een reflectieoefening (met uitwisseling) op persoonlijke waarden die van wezenlijk belang zijn inclusief de vraag hoe je daarin te oefenen.

Literatuur
Verplichte literatuur:
In de eerste les zal een reader met verplichte artikelen worden uitgereikt.
Aanbevolen literatuur:Leo Apostel, Atheïstische spiritualiteit, Brussel, 1998.Joep Dohmen (red.), Over Levenskunst. De grote filosofen over het goede leven, Amsterdam, 2002.
Otto Duintjer, Onuitputtelijk is de waarheid, Budel, 2002.
Alphons van Dijk, Over (de) Verlichting; een inleiding tot het boeddhisme voor humanistisch geïnspireerde mensen, Leende, 1999.
Joachim Duyndam e.a. (red.), Humanisme en religie; controverses, bruggen, perspectieven, Delft, 2005.
E.G. Hoekstra en M.H. Ipenburg. Wegwijs in religieus en levensbeschouwelijk Nederland, 3e druk, Kok, 2000: zie Religieus humanisme.
Ton Jorna, Denise de Costa en Marijn ten Holt, De moed hebben tot zichzelf. Etty Hillesum als inspiratiebron bij levensvragen, Utrecht, 1999.
Wouter Kuilman, Een mantel met sterren; religieus humanisme in het Humanistisch Verbond, Utrecht, 2001.
Theo van Leeuwen en Heidi Muijen (red.), De innerlijke weg. Spirituele tradities over verinnerlijking, Kampen, 2007.
R.M. Nepveu. ‘Religieus humanisme. Enkele fenomenologische opmerkingen’, in A.D. Fokker en R.M. Nepveu, (red.) Onderweg met Prof. Dr. P. Smits. 25 opstellen ter gelegenheid van zijn 90-ste verjaardag. Stichting N.V.O., 1996, pp. 14-19.
R.M. Nepveu. ‘Religieus humanisme als open levenshouding’, in Nieuwe Stemmen 86 (2003), pp. 7-12.
Martha C. Nussbaum, De breekbaarheid van het goede. Geluk en ethiek in de Griekse filosofie en literatuur, Amsterdam, 2006.
Rekenschap jg 35, nr 1 (maart 1988), Thema: Religieus humanisme.
Rekenschap jg 40, nr 2 (juni 1990), Thema: Humanisme en spiritualiteit.
P. Smits, Veranderend wereldbeeld, mensbeeld, godsbeeld, Assen, 1981.
F. Spits, ‘Rede en religie’, in Bevrijdend Humanisme, Amsterdam, 1965, pp. 95-100.
Robert C. Solomon, Spiritualiteit voor sceptici, Baarn, 2004. Vertaling door Ronald Kuil; oorspronkelijke titel: Spirituality for the skeptic: the thoughtful love of life, Oxford, 2002.
Tijdschrift voor Humanistiek, jg 4, nr 13 (maart 2003), Thema: Humanisme en spiritualiteit.
Han F. de Wit, 'Boeddhisme als een spiritueel humanisme' in F. Elders, Humanisme en boeddhisme; een paradoxale vergelijking, Nieuwerkerk a/d IJssel/Brussel, 2000.



7. GELOOFSBEZINNING (SYSTEMATISCHE EN HERMENEUTISCHE THEOLOGIE EN LEVENSBESCHOUWING

Docent
: dr. J.H. Sonderen

Doelstelling (algemeen)
Aan de hand van centrale theologische en filosofische begrippen en kunstzinnige uitingen doe je onderzoek naar mogelijke inhouden van godsgeloof en leer je het christelijk theologisch gedachtegoed verstaan als een complex van samenhangende gedachten en ‘spreekregels’. Je leert geloof ook te verstaan als een inspirerende levensvisie voor mensen van deze tijd. Geloven vergt – zeker van pastores en geestelijk verzorgers – een voortdurende reflectie en intellectuele verantwoording in dialoog met de moderne cultuur. De spirituele beleving en interpretatie van dit proces leer je tevens bezien vanuit de actuele context van de wereldgodsdiensten en van de man-vrouwverhoudingen. Het is de bedoeling dat je komt tot aanscherping van jouw eigen positie.

Jaar 2
2 dagdelen, 4 studiepunten

Doelstelling (specifiek)
Oriëntatie

Toetsing
Wordt nader bekendgemaakt.

LiteratuurVerplichte literatuur:K. Armstrong, De wenteltrap. Mijn weg uit de duisternis, Amsterdam, 2003.G. van den Brink, Oriëntatie in de filosofie. Westerse wijsbegeerte in wisselwerking met geloof en theologie, 3e druk, Zoetermeer, 2007.O. Duintjer, Onuitputtelijk is de waarheid, Budel, 2002.H. Küng,
Credo. De Apostolische Geloofsbelijdenis toegelicht voor tijdgenoten, Kampen, 1993.H. Küng, Wat ik geloof, Kampen, 2010.Aanbevolen literatuur
:A. van de Beek,
Van Kant tot Kuitert en verder. De belangrijkste theologen uit de 19e en 20e eeuw, Kampen, 2009.H. Berkhof, Christelijk geloof. Een inleiding tot de geloofsleer, Nijkerk, 1993.K. Biezeveld, Als scherven spreken. Over God in het leven van alledag, Zoetermeer, 2008.
M. Buber, De weg van de mens, Utrecht, 1996.
M. Buber, Dialogisch leven, Utrecht, 2007.
M. Buber, Ik en Jij, 10e druk, Utrecht, 2003 (ook eerdere drukken zijn bruikbaar).
M. Buber, Twee wijzen van geloven, 4e druk, Wassenaar, z.j.
B. Dicou en J. Goud (red.), Een mens – vol van Geest. Jezus in woord en beeld, Zoetermeer, 2008.
E. Flesseman–van Leer, Geloven vandaag, 6e druk, Nijkerk, 1987.H. Geerts en H. Meyer-Wilmes (red.), Als man en vrouw. Spiritualiteit in veranderende man-vrouwverhoudingen, Nijmegen, 2003.J.F. Goud en K. Holtzapffel (red.), Wij geloven – wat geloven wij? Zoetermeer, 2004.K. Hendrikse, Geloven in een God die niet bestaat, Amsterdam, 2007.
A.J. Heschel, God zoekt de mens. Een filosofie van het jodendom, Amsterdam, 2004.
C.J. den Heyer, Ruim geloven. Een theologisch zelfportret, 3e druk, Zoetermeer, 2001.
A. Houtepen, Theologen op zoek naar God. Twintig portretten van katholieke theologen uit de tweede helft van de 20ste eeuw, Zoetermeer, 2001.A. Houtepen, Uit aarde, naar Gods beeld. Theologische antropologie, Zoetermeer, 2006.A. Jonges, Alsof het zo is... Doen, geloven, denken, Budel, 2006.E. Kopmels, Christus en cultuur. Beelden van Christus in de moderne theologie, Budel, 2005.H. Küng, Christen zijn, Hilversum, 1975.
H. Küng, Bevochten vrijheid. Memoires, Kampen, 2003.
H. Küng, Omstreden waarheid. Memoires, Kampen, 2008.
H. Küng, Het begin van alle dingen. Natuurwetenschap en religie, Kampen, 2008.
H. Küng, Het christendom. Wezen, geschiedenis en toekomst, Kampen, 2009.
H.M. Kuitert, Hetzelfde anders zien. Het christelijk geloof als verbeelding, Kampen, 2005.K.J. Kuschel, Strijd om Abraham. Wat joden, christenen en moslims scheidt en bindt, Zoetermeer, 2001.J. van Laarhoven, De beeldtaal van de christelijke kunst. Geschiedenis van de iconografie, Nijmegen, 1992.
C.J. Labuschagne, Zin en onzin over God. Een kritische beschouwing van gangbare godsvoorstellingen, 2e druk, Zoetermeer, 1995. (zie ook www.labuschagne.nl)
M. van Leeuwen en M. de Haardt (red.), Teksten van mijn leven. Grote teksten uit de christelijke traditie, Zoetermeer, 2007.
C.H. Lindijer, Op verkenning in het postmoderne landschap, Zoetermeer, 2003.F.-W. Marquardt, Bij de slip van zijn kleed … Een christelijke theologie na Auschwitz, Baarn, 2003.A. Mc Grath, Christelijke theologie. Een introductie, Kampen, 3e druk, 2005. A. van der Meiden, Duurzaam geloven, Baarn, 2000.P. Pronk, Fluiten in het donker. In gesprek met Harry Kuitert, Kampen, 2006.
F. Rosenzweig, De ster van de verlossing, (vert. A. van Ligten), Delft, 2000.
J. van Saane, Religie is zo gek nog niet. Een introductie in de godsdienstpsychologie, Kampen, 2010.
E. Schillebeeckx, Mensen als verhaal van God, Baarn, 1989.
H.J. Siebrand, Mooi weer spelen. Over religie en verandering, Budel, 2006.H. Stamperius, Kleine theologie voor leken en ongelovigen, Kampen, 2005.W. Stoker, B. Vedder en H.M. Vroom (red.), De Schriften verstaan. Wijsgerig-hermeneutische en theologisch-hermeneutische teksten, Zoetermeer, 1995.P. Tillich, De moed om te zijn. Over de menselijke persoonlijkheid en de zin van het bestaan, Utrecht, 2004.A. Uleyn, Zelfbeeld en godsbeeld. Opstellen over psychotherapie en godsdienstpsychologie, Baarn, 1993. Studenten wordt geadviseerd kennis te nemen van Speling. Driemaandelijks tijdschrift voor bezinning, te bestellen via e-mail: speling@drukkerijgianotten.nl.


Jaar 3
2 dagdelen, 2 studiepunten

Doelstelling (specifiek)
Voortgezette oriëntatie

Toetsing
Wordt nader bekendgemaakt.

LiteratuurVerplichte literatuur:
Na overleg.
Aanbevolen literatuur:
Zie onder Jaar 2.

8. SOCIAAL-PASTORALE WETENSCHAPPEN IN ACTIE

N.B.: Het onderstaande is in bewerking. Dit in verband met het aantrekken van als nieuwe docenten voor dit vak. In de loop van het studiejaar zal deze tekst worden aangepast.

8a. Pastorale gespreksvoering en pastorale psychologieDocenten: drs. A. van Lunteren, mevr.drs. L. Lafeber en drs. F. Kruyne

Doelstelling (algemeen)
Toerusting van de student - in een wisselwerking van theorie (kennis), reflectie daarop (inzicht) en praktische oefeningen - met datgene wat zij/hij ten minste nodig heeft om als pastor te kunnen functioneren.
Daarbij zijn van belang:- zelfkennis en eigen spiritualiteit;
- kennis van en inzicht in verschillende visies op pastoraat;
- kennismaking met verschillende pastorale werkvelden;
- kennis van en inzicht in een aantal aspecten van de pastorale psychologie;
- het ontwikkelen van een bij de eigen persoonlijkheid passende visie op pastoraat en een daarmee corresponderende pastorale attitude;
- inzicht in en toepassing van technieken van pastorale gespreksvoering, gericht op ‘actief pastoraat’, dat beoogt vooral de pastorant ‘het werk’ te laten doen.

Jaar 1 (oriëntatiejaar)
6 dagdelen, 4 studiepunten

Doelstelling (specifiek)
In dit traject ligt de nadruk op een eerste verkenning en oriëntatie, en het leggen van een basis voor een eigen visie op pastoraat en een daarmee corresponderende pastorale grondhouding.
De student maakt aan de hand van literatuur kennis met enkele belangrijke visies op pastoraat en met verschillende pastorale werkvelden, en gaat op zoek naar een eigen pastorale grondhouding en een daarmee corresponderende visie op pastoraat.
Daarbij is van belang dat de student enig inzicht krijgt in de ‘systemen’ waarvan mensen (inclusief de pastor zelf) deel uitmaken en de wetmatigheden die daarbinnen spelen.
In dat kader leert de student begrippen kennen als: homeostase, emotionele driehoeken en triangulatie. Ook leert zij/hij het belang van zelfdifferentiatie en niet-angstige of ontspannen aanwezigheid, de directe rede, de intra-psychische informatie.
Er wordt een begin gemaakt met het bestuderen van: G. Heitink, Pastorale zorg. Theologie, differentiatie, praktijk (zie literatuurlijst).



Toetsing
1. Het schrijven van een paper.
In deze paper dient de student in elk geval te laten zien, dat zij/hij de literatuur bestudeerd heeft en in staat is tot een eigen verwerking daarvan.
Daartoe kan de student bijvoorbeeld:-reflecteren over enkele definities van ‘pastoraat’ en de eigen positie daarin;
-haar/zijn verhaal verankeren in enkele overwegingen m.b.t. de eigen spiritualiteit;
-een aspect van het pastoraat belichten, bijv. aan de hand van een casus en/of een artikel uit tijdschrift of krant;
-een eigen verwerking geven van begrippen als: actief pastoraat – niet-angstige, ontspannen aanwezigheid – zelfdifferentiatie – triangulatie;
-commentaar leveren op de toenemende ‘ontschotting’ tussen pastoraat en psychotherapie;
-uiteenzetten hoe zij/hij pastoraat ziet in
a) een vrijzinnige geloofsgemeenschap;
b) een instelling;
c) als ‘pastoraat op maat’ (bijv. met behulp van internet);
-ingaan op de relatie godsbeeld – mensbeeld – pastoraat.
2. Een begin maken met schriftelijke reflectie op het boek van G. Heitink.

Literatuur:
Verplichte literatuur:R. Ganzevoort en J. Visser, Zorg voor het verhaal, achtergrond, methode en inhoud van pastorale begeleiding, Zoetermeer, 2007 H. Zock, ‘De brief van de karper: geloven in de tijd van de psychologie’, in: W.B. Drees (red.), Een beetje geloven. Actualiteit en achtergronden van het vrijzinnig christendom, Amsterdam, 1999.Het tijdens de colleges uitgereikte materiaal (samengesteld door de docent).Aanbevolen literatuur:M. Blom, Een mens die mensen vergezelt. Pastoraal vademecum, Zoetermeer, 2001.M. Blom, Als woorden tekort schieten. Pastorale actiemogelijkheden, Zoetermeer, 2003.
J. Bodisco Massink, Als een heilige tekst. Opstellen over pastoraat en psychotherapie, Tilburg, 2004 (te bestellen via www.ksgv.nl).J. Dijkstra, Gespreksvoering bij geestelijke verzorging. Een methodische ondersteuning om betekenisvolle gesprekken te voeren, Soest, 2007.H. Stroeken, Kleine psychologie van het gesprek, 4e druk, Amsterdam, 2000.

Jaar 2 en 3
Jaar 2: 2 dagdelen, 2 studiepunten
Jaar 3: 4 dagdelen, 2 studiepunten

In dit traject vindt een verdere uitwerking en verdieping plaats van de stof van het oriëntatiejaar. Bovendien wordt aandacht gegeven aan de eigen spiritualiteit van de student. Daarbij kunnen als vormen van pastoraat ook (aspecten van) bibliodrama en spiritueel bijbellezen aan de orde komen.

De pastorale gespreksvoering maakt onderdeel uit van de stage die de student in deze periode loopt. In de zogeheten ‘coachgroep’ worden de stagewerkzaamheden, o.a. aan de hand van verbatims, besproken.

De schriftelijke reflectie op het boek van G. Heitink wordt in dit traject voortgezet.

Toetsing
1. Het belangrijkste toetsingsmoment wordt gevormd door de stage.
2. Opdrachten en oefeningen: De theorie zal steeds vertaald worden in korte oefeningen (‘vignetjes’), waardoor wat men leert ook ‘aan den lijve’ wordt ervaren.
3. Voortgezette schriftelijke reflectie op: Gerben Heitink, Pastorale zorg. Theologie, differentiatie, praktijk.

Literatuur jaar 2 en 3:
Verplichte literatuur (zie ook bij jaar 1)A. Grün en R. Robben, Grenzen stellen, Kampen, 2005.G. Heitink, Pastorale zorg. Theologie, differentiatie, praktijk, in de reeks: Handboek Praktische Theologie, Kampen, 1998.
P. van Middelaar, Spiritualiteit en zorgverlening, Tielt, 2005.
H. Stroeken, Kleine psychologie van het gesprek, 4e druk, Amsterdam, 2000.
Aanbevolen literatuur (zie ook bij jaar 1):H. Andriessen, Oorspronkelijk bestaan. Geestelijke begeleiding in onze tijd, Baarn, 1996.H. Andriessen, Een eigen weg te gaan. Ouderen en spiritualiteit, Kampen, 2004.
M. van den Berg, Door je verdriet heen groeien, 13e druk, Kampen, 2008.
R. Bons-Storm, Hou gaat het met jou? Pastoraat als komen tot verstaan, Kampen, 1989.
R. Bons-Storm,
Kracht en kruis. Pastoraat met oudere vrouwen, Kampen, 2000.
M. den Dulk en H. Zock (red.), Pastoraat in cultuurfilosofisch perspectief, Zoetermeer, 2001.
E.H. Friedman, van geslacht op geslacht. Systeemprocessen in kerk en synagoge, Gorinchem, 1999.
R. Ganzevoort en J. Visser, Zorg voor het verhaal. Achtergrond, methode en inhoud van pastorale begeleiding, Zoetermeer, 2007.
Herademing. Tijdschrift voor spiritualiteit en mystiek, Kampen, (telefonisch te bestellen via 038 – 339 25 78).G. Heitink, Pastorale zorg. Theologie, differentiatie, praktijk, in de reeks: Handboek Praktische Theologie, Kampen, 1998.L. Hoekendijk, Levenskunst van ouderen. Praktische filosofie met een persoonlijk accent, 2e druk, Amsterdam, 2007.C. Hogerzeil en B. van den Berg, Verhalen in beweging. Werkboek voor bibliodrama, Zoetermeer, 1996.
W. ter Horst, Over troosten en verdriet, Kampen, 2007.
P.E. Jongsma–Tieleman, Godsdienst als speelruimte voor verbeelding. Een godsdienstpsychologische studie, Kampen, 1996.
M. Keirse, Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener, Tielt, 2003.
E. Kübler-Ross, Lessen voor levenden. Gesprekken met stervenden, 29e druk, Amsterdam, 2006.
H. Kushner, Als ’t kwaad goede mensen treft, Baarn, 1998.
C. Leget, Ruimte om te sterven. Een weg voor zieken, naasten en zorgverleners, 3e druk, Tielt, 2003.
C. ter Linden, Een land waar je de weg niet kent. Omgaan met rouwenden. Een handreiking voor wie in zijn omgeving te maken heeft met mensen in rouw, 6e druk, 2001.
C.H. Lindijer, Gids voor reisgenoten. Handboek voor lekepastoraat, 6e druk, Zoetermeer, 1999.
C.H. Lindijer, Ouderen ontmoeten. Pastorale en andere contacten met oudere mensen, Zoetermeer, 1999.
C. Menken-Bekius, Werken met rituelen in het pastoraat, Kampen, 2001.
C. Menken-Bekius en H. van der Meulen, Reflecteren kun je leren. Basisboek voor pastoraat en geestelijke verzorging, Kampen, 2007.
C. Menken-Bekius en H. Schaap-Jonker (red.), De casus als instrument voor theoloog, pastor en geestelijk verzorger, Kampen, 2010.
H. Meulink-Korf en A. van Rijn, De onvermoede derde. Inleiding in het contextueel pastoraat, Zoetermeer, 2002.
A. Polspoel, Wenen om het verloren ik. Over verlies en rouwen, 9e druk, Kampen, 2003.
A. Polspoel, Het was toch een mooi leven. Rouw van ouderen om het verlies van de partner, Leuven, 2008.
J. van Saane, Religie is zo gek nog niet. Een introductie in de godsdienstpsychologie, Kampen, 2010.
M. Thans (red.), Uit betrouwbare bronnen. De pastorale praktijk vanuit contextuele optiek, Zoetermeer, 2007.
A.F. Verheule, Angst en bevrijding. Theologisch en psychologisch handboek voor pastorale werkers, Baarn, 1997.
J. Viorst, Noodzakelijk verlies. De liefdes, illusies, afhankelijkheid en irreële verwachtingen die wij allen moeten opgeven om te kunnen groeien, Baarn, 1988.
I.D. Yalom, Tegen de zon in kijken. Doodsangst en hoe die te overwinnen, Amsterdam, 2008.
M. Weggemans, Broederziel alleen. De dood van een broer of zus een plaats geven, Kampen, 2005.
W. Zijlstra, Op zoek naar een nieuwe horizon. Handboek voor klinische pastorale vorming, Nijkerk, 1989.
Handelingen, Tijdschrift voor Praktische Theologie. Uitgeverij Waanders, Zwolle.

8b. Communicatie, groepsdynamica, agogiek en managementvaardigheden
Docent:
drs. K. Yntema

Doelstelling
De studenten verwerven kennis en inzicht in de werking van groepsprocessen en hun eigen rol daarin. Zij leren hun eigen stijl van leiderschap kennen en deze ontwikkelen door bijvoorbeeld het houden van een presentatie, leiding geven aan groepsgesprekken, inbrengen van een casus, opstellen van een programma voor een eigen gekozen activiteit en reflectie op hun eigen rol in de leergroep.
De studenten leren de processen in hun eigen leergroep kennen, herkennen en erkennen en gebruiken deze om hun communicatieve vaardigheden te verbeteren.
De studenten weten met welke hulpmiddelen zij een presentatie kunnen ondersteunen en weten deze toe te passen.

Werkvormen
Een combinatie van oefening, theorie en (zelf)reflectie.

Jaar 1 (oriëntatiejaar)
3 dagdelen, 2 studiepunten

Leren en werken in groepen: communicatie en groepsprocessen; oefenen met een presentatie houden.

Toetsing
Een reflectieverslag en een leesverslag over nader op te geven hoofdstukken uit de verplichte literatuur.

Literatuur
Verplichte literatuurJ. van Ark en H. de Roest (red), De weg van de groep. Leidinggeven aan groepen in gemeente en parochie, Zoetermeer, 2004. N. van Riet, Groepswerk in het maatschappelijk werk, Assen, 2006 of latere druk.
S. Piët, Overleg, vergaderen en onderhandelen, Groningen, 1990.Aanbevolen literatuur D. Bloch, Presenteren, Alphen aan den Rijn/Diegem, 1996.D. Bloch, Door de bomen het bos zien. Presenteren voor de kwaliteitsmanager, Alphen aan den Rijn, 2000.
C. Brouwer, Opleiden, trainen & presenteren, gebaseerd op NLP-principes, Baarn, 1996.
B. Dicou en J. Klijnsma, Vitale Vrijzinnigheid, Verslag van een onderzoek, NPB en Remonstrantse Broederschap, Oktober 2001.
F. ten Hoedt, M. Lingsma en V. Meessen, Praktijkboek conflictcoaching. Van visie naar actie, Soest, 2005.
E. Kopmels, Bewust Binnenstebuiten. Suggesties voor vernieuwing van de geloofsgemeenschap, NPB, 2003.
M. Lingsma en F. ten Hoedt, Conflictcoaching. Een nieuwe energiebron voor managers. Een verruimende visie op conflicten, Soest, 2004.
A. van der Meiden, De markt van geloven. Ontsokkeling, vernieuwing en verandering in geloofsgemeenschappen, Baarn, 1999.
W. Timothey Gallwey, Spelenderwijs werken, Amsterdam, 2000.
Van Vree’s Vergaderwijzer, Amsterdam, 1998.
K. Wiertzema en P. Jansen, Spreken in het openbaar, Bussum, 1995.
R. Zander en B. Zander, De kunst van het mogelijke. Een nieuwe kijk op werk en privé, TFC Trainingsmedia, Velp, 2003.

Jaar 2
2 dagdelen, 1 studiepunt
Onderhandelen en omgaan met conflicten; oefenen met een presentatie houden.



Toetsing
Een reflectieverslag en een leesverslag over nader op te geven hoofdstukken uit de verplichte literatuur.

Literatuur
Zie onder jaar 1

Jaar 3
2 dagdelen, 2 studiepunten
Communicatie in (religieuze) organisaties en verenigingen; keuzeonderwerpen.

Toetsing
Een reflectieverslag.

Literatuur
Zie onder jaar 1


8c. Geestelijke verzorging
Docenten:
dr. J. H Sonderen en gastdocente dr. H. Muthert (RU Groningen)

Jaar 2
4 dagdelen, 3 studiepunten

Doelstelling,
- Oriëntatie in het werkveld van de geestelijk verzorger.
- Kennismaking met de belangrijkste discussies rond geestelijke verzorging als zich ontwikkelende professie: theorie en methodiek.

LiteratuurJ.J.A. Doolaard (red.), Nieuw Handboek Geestelijke Verzorging, 2e druk, Kampen, 2006.M. Kuilman en A. Uleyn, Hulpverlener en zingevingsvragen, Baarn, 1986.J.H.M. Mooren, Geestelijke verzorging en psychotherapie, Tilburg, 1994.J.H.M. Mooren (red.), Bakens in de stroom. Naar een methodiek van het humanistisch geestelijk werk, Utrecht, 1999.R. van Schrojenstein Lantman, Levensverhalen in het ziekteproces. Over geestelijke verzorging en interdisciplinaire samenwerking, Dwingeloo, 2007.T.H. Zock, Niet van deze wereld? Geestelijke verzorging en zingeving vanuit godsdienstpsychologisch perspectief, oratie Rijksuniversiteit Groningen, 13 maart 2007 (http://irs.ub.rug.nl/ppn/30313271X).Beroepsstandaard voor de geestelijk verzorger in zorginstellingen, www.vgvz.nl en voor de geestelijk werker, www.vgw-albertcamus.nl .Tijdschrift Geestelijke Verzorging (uitgave van de VGVZ), Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer.

Inhoud, Toetsing,
Wordt nader bekend gemaakt

8d. Religieuze educatie (inclusief jeugd- en jongerenwerk)Docenten: dr. M.F.M. van den Berk, mevr. dr. G. de Vries

Religieuze educatie
Het vakgebied “religieuze educatie” omvat twee blokken verdeeld over het eerste en tweede jaar. Indien de student(e) niet alleen de colleges volgt, maar tevens een stageverslag inlevert en aan de extra toetsing deelneemt, kan hem/haar na het behalen van de HBO-bachelor Theologie/Pastoraat tevens het IKOS-certificaat worden overhandigd. Hiermee is hij/zij bevoegd om godsdienstlessen te verzorgen namens het IKOS.

Leerdoelen en competenties voor het eerste en tweede leerjaar (“Mystagogie” en “Godsdienstpedagogiek en -didactiek / godsdienstpsychologie”)
De student kan het belang van symbooltaal voor religieuze communicatie en educatie beschrijven.De student kan de mystagogische aanpak verbinden met het begrip “maieutiek” en de implicaties hiervan voor godsdienst(ped)agogische situaties omschrijven.De student heeft kennis van de godsdienstige ontwikkelingsstadia.De student kan kritisch verschillende mogelijke rollen van godsdienstpedagogen beschrijven.De student heeft inzicht in de diversiteit in het Nederlandse schoolsysteem en de implicaties hiervan voor het godsdienstonderwijs.De student kan enkele verschillen en overeenkomsten tussen kindernevendienst en godsdienstonderwijs op school formuleren.De student bezit de vaardigheid zelfstandig lessen op te zetten m.b.v. de lesmethode “Het Verhaal Centraal” en inhoudelijk doordachte opzetten voor de kindernevendienst te leveren en hierbij rekening te houden met de ontwikkelingsstadia van de kinderen. De student kan met didactische vaardigheden variëren.

Jaar 1 (oriëntatiejaar)
Mystagogie
Docent
: Dr. M.F.M. van den Berk
2 dagdelen, 2 studiepunten

Eerste dagdeel
Tjeu van den Berk gaat hier dieper op in zijn boek Mystagogie, hoofdstuk 3, 5 en 7, in navolging van Jung. De historische ontwikkelingen in de mystagogiek staat in het eerste dagdeel centraal.

Tweede dagdeel
N.a.v. Winnicott, die het symbolisch bewustzijn als de basis van religieuze ervaring ziet, wordt gewezen op het mystagogisch belang van het werken met symbolen.

Toetsing voor alle studenten
Opdrachten en oefeningen tijdens het college

Extra toetsing voor studenten die het IKOS-certificaat willen behalen
Schriftelijke tentamenvragen over de verplichte literatuur, geïntegreerd in het tentamen dat na het tweede blok in jaar 2 wordt afgelegd.

Literatuur
Verplichte literatuur voor allen:T. van den Berk, Mystagogie, Zoetermeer, 1999.Aanbevolen literatuur:B. Hannah,
Jung, zijn leven en werk, Deventer, 2000.K. Bouwman, De spiritualiteit van je kind, Den Bosch, 2007.

Jaar 2
Godsdienstpedagogiek en -didactiek / godsdienstpsychologie
Docent:
mevr. dr. G. de Vries
4 dagdelen, 4 studiepunten

Eerste Dagdeel
Leerdoel: De student kan uitleggen wat het begrip ‘religieus leren’ betekent in de context van school en kerk, de student kan verwoorden welke doelen er gediend worden met religieus leren in de gemeente.

Inhoud: Kennismaking.
Eerste verkenning van het terrein van de catechese: Leren in de gemeente in de eenentwintigste eeuw.
Vandaag maken we kennis met elkaar en met het thema van deze onderwijseenheid. Je krijgt een toelichting op de inhoud van de collegereeks en op de toetsing.
In het tweede deel van de middag leer je verschillende benaderingen van leren te onderscheiden en krijg je inzicht in het eigene van religieus leren binnen een kerkelijke context.

Opdracht voor thuis: Lees uit E.T. Alii, Godsdienstpedagogiek. Dimensies en spanningsvelden, Zoetermeer,2009, hoofdstuk 1. Dit geeft je een indruk van de achtergronden en vragen rond het vak godsdienstpedagogiek.

Tweede dagdeel

Leerdoel: De student kan de religieuze ontwikkelingsfases van de mens beschrijven en kan de waarde en de grenzen van ontwikkelingsmodellen beargumenteren
en de student kent verschillende godsdienstpedagogische benaderingen en rollen en kan daar voor zichzelf bereflecteerd een keuze in maken.

Voorbereiding:
Lees uit E.T Alii hoofdstuk 5 en 6.
Vraag jezelf bij het lezen af op welke manier de tekst je vragen stelt over je eigen religieuze vorming en over je attitude als catecheet. Noteer deze vragen en neem ze mee ter bespreking op het college.

Inhoud: De lerenden en de leraar : geloofsontwikkeling en geloofscommunicatie
Vandaag bekijken we het religieuze leren vanuit twee perspectieven; die van de lerende en die van de begeleider. We onderzoeken modellen van geloofsontwikkeling en toetsen deze aan onze eigen ontwikkelingsgang. Ook voeren we een discussie over de rollen van leraar en leerling in het geloof en je eigen positiekeuze daarin.

Derde dagdeel

Leerdoel voor dagdeel 3 en 4: De student kent en beheerst verschillende didactische werkvormen waarmee een leeractiviteit kan worden vormgegeven.

Voorbereiding:
Lees uit E.T. Alii hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.
Lees de tekst ‘Leergroepen catechese’ door Ingrid de Zwart, uit: J. van Ark en H. de Roest (red.) De weg van de groep, Zoetermeer, 2004.

Inhoud: Religieus leren, hoe pak ik het aan?
Leerdoelen en werkvormen
Op deze ochtend komt aan de orde: hoe formuleer je een leerdoel, hoe kies je de juiste werkvorm bij je thema, hoe zet je een leeractiviteit op, zodat je je doel bereikt. Tijdens het college leer je te werken met het hermeneutisch vierkant.

Vierde dagdeel
Voorbereiding
Neem een voorbeeld mee naar college van een werkvorm waarmee je zelf al met plezier werkt. Tijdens het college voer je deze werkvorm uit met de groep, waarbij jij de leiding hebt. Je krijgt feedback op de inhoud en op je stijl van begeleiden.

Inhoud: oefenen met werkvormen
Praktisch oefenen met verschillende werkvormen, zoals werken met spel, beeld, etcetera.

Toetsing voor alle studenten
Opdrachten en oefeningen tijdens het college.
Het maken van een werkstuk over religieuze educatie binnen de context van een geloofsgemeenschap.

Extra toetsing voor studenten die het IKOS-certificaat willen behalen
Schriftelijke tentamenvragen over de collegestof en verplichte literatuur in dit blok en het blok “Mystagogie” uit het eerste jaar. Lesvoorbereidingen en verslagen van 3 stagelessen op een openbare basisschool met de methode “Het Verhaal Centraal” moeten aan de hand van onderstaand schema bij de docente en een gecommitteerde van het IKOS worden ingeleverd.

1 Thema
2 Beginsituatie van mijzelf (associaties bij het thema, literatuur die je al in huis hebt of in het verleden bestudeerd hebt m.b.t. het thema)
3 Beginsituatie van de groep (Wat weet, denk, voelt de groep mijns inziens bij het thema)
4 Uitvoerige studie van het thema aan de hand van wetenschappelijke literatuur
5 Lesdoel
6 Opzet
6.1 Kader van het thema (in een lessenserie, jaarplan, methode e.d.)
6.2 Gegevens groep (leeftijd, j/m, inschatting godsdienstpsychologisch stadium, betrokkenheid bij geloofsgemeenschap)
6.3 Ruimte en inrichting
6.4 Didactische werkvormen
6.5 Fasen/tijdsindeling activiteiten (bijv. contact, inhoud, verwerking)
6.6 Materiaal7Daadwerkelijk verloop, reactie van de leerlingen, eigen reflectie op de bijeenkomst, oordeel van je stagebegeleider

De tentamenvragen en de stageopdrachten worden door de docente van het OVP en een gecommitteerde van het IKOS beoordeeld aan de hand van de bovengenoemde leerdoelen en competenties.

9. VOORGAAN EN VIEREN

9a. Spiritualiteit
Docent:
mevr. drs. C.C.G. Klaver
Jaar 1 (oriëntatiejaar)3 dagdelen, 4 studiepunten

Doelstelling
In het eerste jaar, het oriëntatiejaar, ligt de nadruk op spiritualiteit. Hier ligt de bron van je eigen (religieus) handelen. We besteden aandacht aan:
- het vertrouwd raken met het begrip spiritualiteit;
- het ontdekken en verkennen van eigen bronnen van spiritualiteit;
- het leren gebruiken van de bijbelse spiritualiteit;
- het leren gebruiken van liederen en teksten voor vieringen.

Lesvorm
hoorcollege
teksten bespreken
uitwisseling van inzichten en meningen
uitwisseling van eigen bronnen van spiritualiteit
bespreken en zingen van liederen
maken van teksten

Toetsing
Opdrachten en oefeningen

Literatuur
Verplichte literatuur:
K. Bouwman en K. Bras (red), Werken met spiritualiteit, Baarn, 2001.

9b. Liturgiek
Docent:
mevr. drs. C.C.G. Klaver

Jaar 2
4 dagdelen, 3 studiepunten

Doelstelling
In het tweede jaar ligt de nadruk op de liturgiek. Van een ‘goede’ liturgie kom je als bezoeker van een viering even op adem. Het is niet voor niets dat ooit een liturgische jaarkalender is verschenen onder de titel De adem van het jaar.
Vele vormen van liturgie zijn in de loop van de eeuwen in de kerken gebruikt.
We maken ons vertrouwd met de liturgie binnen die brede kerkelijke traditie.
We worden ons bewust hoe de liturgie is ingebed in de loop van het kalenderjaar, en wat de betekenissen zijn van de feesten van het jaar.
We maken kennis met het gebruik van rituelen en symbolen en zoeken naar wat voor ons passende vormen van liturgie zijn, passend binnen de kerkelijke traditie.
We maken kennis met bijzondere vormen van liturgie rondom huwelijk, doop, avondmaal en uitvaart.

Lesvorm
- hoorcollege
- bespreken van teksten
- uitwisseling van inzichten en meningen
- verbinding leggen met eigen bronnen van spiritualiteit en de kerkelijke liturgie
- bespreken en zingen van liederen
- maken van teksten

Toetsing
Opdrachten en oefeningen

Literatuur
Verplichte literatuur:
M. van Leeuwen, Van feest naar feest. Over de christelijke feesten – hun geschiedenis en betekenis, Amsterdam, 2004.
Aanbevolen literatuur:
P. Oskamp en N. Schuman (red.), De weg van de liturgie: tradities, achtergronden, praktijk, 2 delen, 2e druk, Zoetermeer, 1998.

9c. Homiletiek
Docent:
mevr. drs. C.C.G. Klaver

Jaar 3
3 dagdelen, 3 studiepunten

Doelstelling
In het derde jaar ligt het accent op de homiletiek. De preek (homilie) ligt ingebed in de liturgie. De gebeden, de liederen, de lezingen, de preek hebben alle tot doel het voeden van de spiritualiteit van de gelovige, de zoeker, degene die hoopt op een diepgaande ontmoeting met datgene, diegene die boven het leven uitstijgt.
In de preek probeer je die verbindingen zichtbaar te maken, woorden te geven.
We zullen dit jaar een preek maken, gebaseerd op bijbelteksten.

Lesvorm
Preekoefeningen met nabespreking.

Literatuur
Verplichte literatuur:
P. Oskamp en R. Geel, Concreet en beeldend preken, Bussum, 1999.
Aanbevolen literatuur:
J. Thomas, Homiletische hulplijnen, aanwijzingen bij de preekvoorbereiding, Den Haag, 1976. (Ondanks dat het een oud boekje is, is het nog steeds heel bruikbaar.)

9d. Vrijzinnig religieuze vieringen
Docent:
drs. M.H. Rougoor

Jaar 1
2 dagdelen, 1 studiepunt

Doelstelling
Kennismaking met vieringen die vanuit een niet-specifiek christelijk uitgangspunt zijn opgezet, bijvoorbeeld een bezinningsbijeenkomst naar aanleiding van een gedicht, een schilderij, een levensthema, een boeddhistische tekst of een verhaal over Krishna.
In twee lessen wordt de basis gelegd met een bespreking van de verschillen tussen:
1) het kerkelijk jaar en de religieuze kalender aan de hand van de seizoenen;
2) de orde van dienst voor een kerkdienst en het programma voor een religieuze bijeenkomst.

Jaar 2
3 dagdelen, 1 studiepunt

Doelstelling
Kennismaken met voorbeelden van buitenbijbelse teksten, thema’s, liederen, symbolen en rituelen (dagdeel 1).
Oefenen in toespraak, meditatie, overweging, bezinning (dagdelen 2 en 3).Tijdens het eerste college worden tevens voorbereidingen getroffen voor een viering die door de studenten worden gehouden. Die vieringen, waarin opgenomen een toespraak die men moet houden voor de medestudenten als publiek, worden beoordeeld en dat is tegelijk de toetsing.


Naar boven